Wat betekenen de veranderingen voor mij?

Wmo

Zelfstandig wonen, zelf de regie houden over je leven: daar heb je soms hulp bij nodig. Bijvoorbeeld als je te maken hebt met een lichamelijke of verstandelijke beperking, psychische problemen of de gevolgen van ouderdom.

Die hulp kan komen uit je eigen omgeving: gezinsleden, buren, vrienden. Maar wat als je daar niet (of onvoldoende) op terug kan vallen? Dan kan je aankloppen bij je gemeente. De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) regelt deze hulp.

Samen met de gemeente bespreek je welke steun je nodig hebt om zo zelfstandig mogelijkte kunnen blijven functioneren en je leven en huishouding draaiende te houden. Denk hierbij aan het aanpassen van de woning, hulp bij het huishouden, een scootmobiel, vervoer of een maaltijdvoorziening.

De Wmo gaat niet over medische zorg of lijfgebonden zorg (zoals het wassen van mensen, het verzorgen van wonden).

Veranderingen

Gemeenten krijgen vanaf 2015 extra ondersteuningstaken, taken die nu nog vallen onder de AWBZ. Voorbeelden hiervan zijn: dagopvang voor ouderen, beschermd wonen voor mensen met psychische problemen, hulp bij praktische zaken (zoals het invullen van formulieren of contacten met instanties) en dagactiviteiten voor mensen met een verstandelijke beperking. Voor dit soort ondersteuning kun je dus na 1 januari 2015 ook een beroep doen op jouw gemeente. 

Jeugdhulp

Nederlandse kinderen zijn de gelukkigste van de wereld. Toch maakt één op de vijf jongeren gebruik van hulp, zorg of een behandeling.

Tot nog toe gebeurde het dat hulpverleners steeds naar elkaar doorverwezen. Dat willen we niet meer. Vanaf 1 januari 2015 zijn gemeenten ervoor verantwoordelijk dat jongeren en ouders bij problemen snel en goed geholpen worden. Via de huisarts, school of via de door de gemeente georganiseerde toegang (zoals wijkteams, gebiedsteams) komt een kind bij een hulpverlener terecht. De gemeente zorgt ervoor dat passende hulp wordt geboden. De nieuwe Jeugdwet regelt dit. Hieronder valt alle jeugdhulp en de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering.

Eén hulpverlener

In plaats van met verschillende organisaties is er voortaan één hulpverlener die coördineert. Dit maakt het mogelijk om sneller en effectiever ondersteuning te bieden. De belangrijkste veranderingen zijn: ouders zijn als eersten verantwoordelijk voor het gezond en veilig opgroeien van hun kinderen en worden ook aangesproken op die verantwoordelijkheid. De gemeente komt pas in beeld als dit niet vanzelf gaat. Gemeenten kunnen op basis van de specifieke situatie van een kind maatwerk leveren en verbinding leggen met zorg, onderwijs, werk en inkomen, sport en veiligheid.

Passend onderwijs

Per 1 augustus 2014 krijgen scholen een zorgplicht. Kort gezegd, betekent dit dat scholen elk kind een passende onderwijsplek moeten aanbieden. Dus ook kinderen die extra ondersteuning nodig hebben. 

Werk

Mensen met een bijstandsuitkering en gedeeltelijk arbeidsongeschikten kunnen vaak maar moeilijk werk vinden. Dat is jammer, want werk is de sleutel tot meedoen in de samenleving. Daar komt vanaf 2015 verandering in.

Gemeenten helpen nu ook al mensen met een bijstandsuitkering bij het zoeken naar werk. Maar in 2015 gaan zij dat ook doen voor mensen die een arbeidsbeperking hebben en daardoor niet gemakkelijk aan de slag komen. Dit is geregeld in de Participatiewet.

Om voor elkaar te krijgen dat ook mensen met een arbeidsbeperking zo veel mogelijk aan de slag gaan bij ‘gewone’ werkgevers kijken gemeenten naar wat mensen wel kunnen en hoe ze zich verder kunnen ontwikkelen. Gemeenten bieden werkgevers en werkzoekenden ondersteuning en begeleiding. Ook werkgevers hebben beloofd om hierbij te helpen en voor banen te zorgen voor mensen met een arbeidsbeperking.

Als mensen niet aan een betaalde baan geholpen kunnen worden, kijken gemeenten of mensen vrijwilligerswerk kunnen doen of kunnen werken op een beschutte werkplek.